Bij welke inrichtingen is de objectieve aansprakelijkheidsverzekering verplicht?
Het Koninklijk besluit van 28 februari 1991 somt een reeks inrichtingen op die vallen onder de wettelijke regeling.
De exploitanten (in sommige gevallen de gebruikers of eigenaars) van deze inrichtingen moeten een verzekering tot dekking van hun burgerrechtelijke aansprakelijkheid afsluiten. De verzekeringsinstelling dient de burgemeester van de gemeente waar de inrichting zich bevindt per aangetekende brief hiervan in kennis te stellen, dit attest is éénmalig en moet niet stelselmatig vernieuwd worden bij de stilzwijgende verlenging van de verzekering. Eveneens dient elke wijziging, opzegging, schorsing of stopzetting ogenblikkelijk gemeld aan de burgemeester.
Let op voor een te enge interpretatie van de lijst: een klassieke tent staat er niet tussen, maar wanneer er gedanst wordt in de tent valt deze infrastructuur onder een-openbare-gelegenheid-waar-gedanst-wordt’. Ook een openluchtbal valt dus onder deze lijst.
Voor de volledigheid hier de integrale lijst:
Hieronder vindt u de tekst van het KB:
VERPLICHTE AANSPRAKELIJKHEIDSVERZEKERING
Verplichting voor de organisatoren tot het afsluiten van een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid
28 FEBRUARI 1991, koninklijk besluit betreffende de inrichtingen die onder de toepassing vallen van hoofdstuk II van de wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen.
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
- Gelet op de wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen, inzonderheid op de artikelen 7 en 8;
- Gelet op het advies van de Raad van State;
- Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Minisisters,
Hebben Wij besloten en besluiten wij :
Artikel 1
De bepalingen van hoofdstuk II, van de wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen, zijn van toepassing op de volgende categorieën van inrichtingen :
1° de dancings, discotheken en alle openbare gelegenheden gedanst wordt
2° de restaurants, frituren en drankgelegenheden, wanneer de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 50 m² bedraagt
3° de hotels en de motels met ten minste 4 kamers, die ten minste 10 klanten kunnen ontvangen
4° de kleinhandelswinkels waarvan de verkoopruimte en de aanpalende opslagruimte een totale oppervlakte van ten minste 1000 m² hebben
5° de jeugdherbergen
6° de artistieke cabarets en de circussen
7° de bioscopen en theaters
8° de casino's
9° de culturele centra
10° de polyvalente zalen, voor onder meer voorstellingen, openbare vergaderingen en sportmanifestaties;
11° de sportzalen
12° de schietstands
13° de stadions
14° de handelsbeurzen en de tentoonstellingszalen
15° de gesloten kermisinstallaties waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 100 m² bedraagt
16° de opblaasbare structuren
17° de handelsgalerijen waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte gelijk is aan of groter dan 1000 m²
18° de pretparken
19° de ziekenhuizen en de verzorgingsinstellingen
20° de serviceflatgebouwen, de woningcomplexen met dienstverlening en de rusthuizen voor bejaarden
21° de inrichtingen voor onderwijs en beroepsopleiding
22° de kantoorgebouwen waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 500 m² bedraagt
23° de stations, het geheel van de metro‑installaties en de luchthavens
24° de gebouwen voor de uitoefening van erediensten, waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 1000 m² bedraagt
25° de gebouwen van de hoven en rechtbanken
Artikel 2
§ 1.De exploitant van de instellingen vermeld in artikel 1 van dit besluit, met uitzondering van deze bedoeld in
de punten 21, 22, 24 en 25 is ertoe gehouden de krachtens de bepalingen van hoofdstuk II van de wet van
30 juli 1979 opgelegde maatregelen te nemen.
§2. Zijn er eveneens toe gehouden de krachtens de bepalingen van hoofdstuk II van de wet van 30 juli 1979
opgelegde maatregelen te nemen :
1. de publiek‑ of privaatrechtelijke persoon die, in de inrichtingen bedoeld bij artikel 1, punt 21 van dit
besluit, het onderwijs of de beroepsopleiding inricht
2. de publiek‑ of privaatrechtelijke persoon die de kantoorgebouwen gebruikt bedoeld bij artikel 1, punt 22 van dit besluit
3. de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de eredienst organiseert in de inrichtingen bedoeld bij artikel 1, punt 24 van dit besluit
4. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie, voor de gebouwen van hoven en rechtbanken, bedoeld bij artikel 1, punt 25 van dit besluit
Artikel 3
De Staat, de Gewesten en de Gemeenschappen zijn van de verplichting een verzekeringsovereenkomst af te sluiten ontslagen.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op de datum door Ons bepaald bij een in Ministerraad overlegd besluit.
Artikel 5.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 28 februari 1991
BOUDEWIJN
Van Koningswege
De Minister van Binnenlandse Zaken
L. TOBBACK